Spiritualiteit

Bidweek voor de eenheid van de christenen

RUSSISCH-ORTHODOXEN TUSSEN IDENTITEIT EN OECUMENE

Jan De Volder

De dialoog tussen Rome en Moskou is een veelbelovend en tegelijk een problematisch luik van de oecumene tussen de kerken. Bij de aanvang van de bidweek voor de eenheid richt Tertio zijn blik op de Russisch-orthodoxe gemeenschap in Antwerpen.

De Sint-Jozefskerk bij het Antwerpse stadspark is aardig volgelopen. Het is net na middernacht, zaterdag 7 januari. De orthodoxe kerk viert de Epifanie en de doop van Christus. Haar Kerstmis, zeg maar. Het is er steenkoud, want verwarming is er niet in het grote kerkgebouw, dat tot voor enkele jaren een leeglopende katholieke parochie huisvestte. Nu siert een eenvoudige, maar mooie iconostase de kerk. Sinds 1999 viert de Russisch-orthodoxe gemeenschap hier haar liturgie. Een priester hoort de biecht van enkele gelovigen, die in grote getale aanwezig zijn. 'Hospodi pomiloej', zingt het koor vierstemmig. 'Heer, ontferm u'.

Deze kerstliturgie is bijzonder. Voor het eerst wijdt bisschop Simon, de aartsbisschop voor België van het patriarchaat van Moskou, hier iemand tot priester. De wijdeling, een Russische Georgiër die in zijn vrije tijd een waterpolo-ploeg traint, was hier al jarenlang diaken.

Enkele dagen later ontmoet ik Andrej Eliseev, de vaste priester van de parochie. De 31-jarige pastor behoort tot de generatie jonge, intelligente en goed gevormde geestelijken die na het communistische tijdperk overal in Rusland zijn opgestaan. Hij groeide op in een atheïstische familie in Moskou. In maart 1990 — hij was dan zestien, de perestrojka had de Sovjet-Unie van binnenuit getransformeerd -hoorde hij voor het eerst op een verjaardagsfeestje iemand overtuigend over Jezus spreken. Hij begon het evangelie te lezen, te beginnen bij Matteüs 1, en raakte snel gefascineerd. Vooral de bergrede maakte een onuitwisbare indruk. In oktober 1990 stapte hij voor het eerst een kerk binnen, enkele dagen later liet hij zich dopen.

Zoals vele generatiegenoten die toen het geloof ontdekten, ging hij theologie studeren. Al snel werd hij gevraagd te werken op de persdienst van de Dienst externe betrekkingen van het patriarchaat. Daarna mocht hij voort theologie studeren in Genève en Freiburg in Zwitserland. Hij kwam er in contact met de oecumenische instellingen van de Wereldraad der kerken, waar hij de orthodoxe kerk vertegenwoordigde. In 2001 trouwde hij en werd achtereenvolgens diaken en priester gewijd. Na het voltooien van zijn studies, in 2004, kreeg hij zijn eerste opdracht als rector van de parochie van Christus' Geboorte in Antwerpen.


Hoe viel die stap naar Antwerpen mee?

„In het begin was het niet gemakkelijk. Ik had alle buurlanden bezocht, maar België zelf niet. Ik sprak wel Engels en Frans, maar geen Nederlands. Ik voelde me blind en doof in een vreemde omgeving. Gelukkig vingen de parochianen me goed op. Dat zijn zo'n tweeduizend Russischtaligen uit zowat alle gebieden van de voormalige Sovjet-Unie. Het is de grootste parochie van België. De meesten kwamen naar hier in de jongste immigratiegolf na de ineenstorting van het Sovjetimperium. Zij hebben het sociaal-economisch niet gemakkelijk."

Hoe verteerde u de ontmoeting met een sterk geseculariseerde samenleving als de onze?

„Eerlijk gezegd herkende ik dat. Ook in de Sovjetsamenleving werd God gebannen."

Is er geen groot verschil tussen een secularisering die door een dictatuur wordt opgelegd en een traditioneel christelijke samenleving als de onze die er in vrijheid voor kiest God te vergeten?

„Ik vind van niet. Vergeet niet dat aan de vooravond van de Russische revolutie van 1917 de elites seculier en atheïstisch waren. De communistische machthebbers legden het atheïsme op, maar mijn generatie voelde dat niet zo aan. Het was gewoon alsof God niet bestond. Iets daarvan herken ik hier ook. God bestaat niet en Hij mag zeker niet zichtbaar zijn in de publieke ruimte. Ik zie dezelfde ideologie en propaganda hier in de media."

Uw mooie liturgie trekt aan. Maakt u bekeerlingen?

„Wij richten ons in de eerste plaats op de hier wonende Russischtaligen. Wij helpen hen hun geloof te behouden, maar ook om hun cultureel erfgoed niet te verliezen. Ook sommige autochtone Vlamingen komen naar onze liturgie. Wij richten ons niet speciaal tot hen. Zij bekeerden zich uit het atheïsme, niet uit het katholicisme. Het is mooi dat in West-Europa ook de oostelijke christelijke traditie aanwezig is."

Als Moskou een bisdom mag oprichten in het Westen, waarom mag de katholieke kerk dan geen bisdom oprichten in Rusland? Die onevenredigheid blijft een grote struikelsteen in de oecumenische dialoog tussen Rome en Moskou.

„Moment. De Russische kerk heeft geen problemen met de aanwezigheid van katholieke parochies in Rusland. Wij hebben wel een probleem met de duidelijke missionaire bedoelingen van sommige katholieke groeperingen. Rusland heeft een duizendjarige christelijke traditie. Wij kregen het evangelie van het Grieks-oosterse christendom, niet van het westen. Er zijn natuurlijk veel banden tussen Rusland en Europa. Er is zeker geen sprake van een permanent antagonisme."

Waarom weigerde patriarch Aleksej dan steevast paus Johannes Paulus II te ontmoeten?

„Ik ben er zeker van dat hij hem wel wilde ontmoeten. Maar hij wilde niet dat het een symbolische ontmoeting was om handen te schudden en te lachen voor de camera. Hij wilde concrete afspraken. Ook de vijandige situatie in Oekraïne speelt een rol. Dat is voor Moskou niet zomaar een land, want in Kiev ligt de wieg van het Russische christendom. Zolang de verhouding tussen Grieks-katholieken en Russisch-orthodoxen daar niet verbetert, is een ontmoeting moeilijk."

De verkiezing van Joseph Ratzinger tot paus werd in Moskou zeer goed onthaald. Zijn er meer kansen op oecumenische toenadering met hem?

„Ik denk het wel. De Poolse afkomst van Johannes Paulus II was een grote struikelsteen. De relaties tussen de katholieke Polen en de orthodoxe Russen liggen al eeuwenlang gevoelig. Dat speelde zeker mee. Met Benedictus XVI zijn er meer kansen op toenadering. Net zoals wij be-kampt hij het religieuze relativisme in onze tijd. Hij stuurt aan op een bondgenootschap om de christelijke wortels van het continent te herbevestigen. Ik denk dat we daarvan ernstige resultaten mogen verwachten."

Vandaag begint de bidweek voor de eenheid. Wat betekent dat voor jullie?

„Enkele tientallen jaren geleden nam de Russisch-orthodoxe kerk deel aan dat gezamenlijke christelijke initiatief. Nu is het enthousiasme afgezwakt. Wij hebben onze geschillen met de katholieken, maar ook met de protestantse kerken, die bijvoorbeeld toenemend achter het homohuwelijk staan. Net als in Griekenland bestaat in Rusland almaar meer tegenkanting om samen te bidden met katholieken of protestanten. In het algemeen blijft de Russisch-orthodoxe kerk een belangrijke oecumenische partner, met name in de Wereldraad der kerken. Wij voelen ons ook verantwoordelijk voor nauwere banden. Maar de omstandigheden variëren van tijd tot tijd en van streek tot streek. Toch ben ik er zeker van dat de Russisch-orthodoxen en de katholieken aangewezen partners zijn om gezamenlijk die geest te bestrijden die God uit de maatschappij wil bannen."

WAT MET DE SINT-JOZEFSKERK?

De Russisch-orthodoxe liturgie laten vieren in het kerkgebouw van een dode stadsparochie. Het leek een goed idee en een waardevol oecumenisch gebaar. In de praktijk loopt het niet van een leien dakje.

De Sint-Jozefskerk aan het Antwerpse stadspark, gelegen in de joodse wijk, blijft een zorgenkind. Enkele jaren geleden werd de zieltogende parochie opgeheven. De Russisch-orthodoxe kerk die er sinds 1999 een onderkomen vindt, leek een wissel op de toekomst. Het Russisch-orthodoxe aartsbisdom was blij over een kerk te beschikken en ook voor het bisdom Antwerpen leek een zinvolle invulling gevonden voor een gebouw dat anders leeg zou staan.

Inmiddels werd ookde kerkfabriek opgeheven, en werd de kerk toevertrouwd aan de kerkfabriek van de nabijgelegen parochie van de Heilige Geest. „Maareigenlijkisdat een vergiftigd geschenk," zegt Jean Laenens, voorzitter van die kerkfabriek. „We zijn nog altijd niet ten volle verantwoordelijk, omdat het nog wachten is op de toestemming van bevoegd minister Marino Keulen (VLD). Daardoor is de Russisch-orthodoxe gemeenschap tussen wal en schip beland."

Zelf zou de Russische gemeenschap, die haar eigen kerkfabriek heeft, graag eigenaar worden van het gebouw. De kerk is aan een ernstige restauratie toe. Die is op vijf miljoen euro begroot. Aan de andere kant wil de katholieke kerkfabriek ook graag van de kerk af, uit vrees voor de financiële consequenties.

„Maar dat gaat zomaar niet. De fiscus wil niet dat we dat gebouw wegschenken. En een erfpacht voor een symbolische euro mag ook niet. Het geklasseerde gebouwdat op waardevolle grond ligt, moet op zijn waarde worden getaxeerd," zegt Laenens.

Op de achtergrond lijkt nog een andere dynamiek te spelen. Als de katholieke kerk eigenaarvan het gebouw blijft, moet het stadsbestuur opdraaien voor eventuele tekortkomingen in de boekhouding. Als de Russisch-orthodoxe kerk eigenaar wordt, is dat het provinciebestuur.

De Russisch-orthodoxe gemeenschap raakt doorde patstelling ontmoedigd. „Gebouwen zijn niet het belangrijkste, wel de zielzorg," weet priester Andrej. „Maar als we onze gemeenschap een toekomst willen geven, worden we best eigenaar van een gebouw. Investeren in een gebouw dat niet van ons is, heeft geen zin." Daarom overwegen de Russisch-orthodoxen eventueel zelf een kleinere kerk te bouwen. Daardoor zou de Sint-Jozefskerk verweesd achterblijven en zou een waardevol oecumenisch gebaareen zoete dood sterven. (JDV)

18 januari 2006

Tertio, Christelijk Opinieweekblad, nr. 310, 6de jaargang, 18 januari 2006, p.13