Enkele liturgische bijzonderheden bij de Grieken en de Russen en hun betekenis
Mgr Basile Krivocheïne, Aartsbisschop van Brussel en België (+1985)
Mijn uiteenzetting heeft niet tot doel om de historische
evolutie na te gaan van de liturgische vormgeving, het ontstaan van hun
bijzonderheden bij de Grieken en de Russen, het belang van de verschillende
‘typika’
[1]
in dit proces, hun wederzijdse beïnvloeding
enz… Ik ben geen liturgist om het op een systematische manier te doen. Ik
zal mij dus beperken tot een aantal vooral persoonlijke opmerkingen en verkenningen
over de manier van celebreren van de liturgie en de diensten, enerzijds
in de Griekse kerken en anderzijds bij de Russen. En wanneer ik spreek over
de Griekse kerken, dan vergeet ik nooit de Athos-berg die de hervorming
van Constantinopel van 1838 niet heeft aanvaard, maar trouw is gebleven
aan de vroegere “typika”. Wat
mij vooral interesseert in deze studie, zijn niet die of die verschillen
in de tekst of verschillen wat betreft de ordo’s van de religieuze ceremonieën,
maar ook en vooral de betekenis en het belang welke éénzelfde
woord of éénzelfde liturgisch moment kan hebben in het spirituele
bewustzijn van de gelovigen, in hun religieuze belevingen, zelfs als deze
verschillende houdingen nogal eens gefundeerd zijn op misverstanden. En
om deze houdinbgen van volksdevotie te begrijpen en te evalueren, kunnen
deze “liturgische afwijkingen” ook hun nut hebben.
Wij zullen beginnen met enkele eerder banale opmerkingen
over bepaalde bijzonderheden in de celebratie van de Goddelijke Liturgie.
Men moet nochtans algemeen gezien zeggen, dat een belangrijk deel van de
verschillen tussen de Grieken en de Russen in verband met de celebratie
slechts indirect ons thema betreffen, want zij vinden plaats in de stille gebeden en blijven
dus onkenbaar voor de grote meerderheid van de leken en bijgevolg hebben
zijn geen direct verband met hun gedragingen. Niettemin zullen we er toch
over praten, want deze gebeden vormen het belangrijkste deel van de Liturgie,
en de clerus die ze uitspreekt behoort ook tot het volk van God.
Door thans datgene over te slaan wat aan de Liturgie
zelf voorafgaat (de grote doxologie
bij de Grieken, de uren bij de Russen, ook de proscomedie)
[2]
, wijzen we op een belangrijk karakteristiek verschil
in de Liturgie van de catechumenen: de Grieken, sedert de hervorming van
1838 (uitgezonderd de monniken van de Athos, die de oude ordo hebben bewaard)
hebben de psalmen 102 (Mijn ziel, zegen de Heer) en 145 (Mijn ziel, love de Heer), alsook de Zaligsprekingen
die erop volgen vervangen door de Antifonen, ’t is te zeggen door korte aanroepingen tot de Moeder Gods
of tot de verrezen of verheerlijkte Christus in Zijn heiligen. De Russen daarentegen zingen nog altijd elke zondag de twee psalmen
gevolgd door de Zaligsprekingen. Ze worden enkel vervangen door Antifonen
op grote feestdagen, of ook nog gedurende
de gewone dagen van de week. Het is evident, dat de weglating van
de psalmen en de Zaligsprekingen het voordeel heeft, dat de Goddelijke Liturgie
verkort wordt.. Het is nochtans spijtig dat de Liturgie der catechumenen
aldus zijn typisch didactisch bijbels karakter verliest dat er zo eigen
aan is, zowel oudtestamentisch als nieuwtestamentisch. Dezelfde overweging
zou ook kunnen gemaakt worden over de afschaffing door de hervorming van
1838 van de gebeden voor de catechumenen. Men begrijpt niet meer waarom
dit eerste deel van de liturgie nog altijd: ‘liturgie van de catechumenen’
wordt genoemd. Wij merken ook nog op, dat op de Athosberg de griekse monniken
nog altijd gans het jaar door tijdens de Liturgie bidden voor de catechumenen.
Wij moeten nu blijven stilstaan bij een ander moment van
de Liturgie van de gelovigen: het gaat om “het
Cherubikon”. Een verschillende houding treft ons hier onmiddellijk:
wanneer men deze hymne begint te zingen, hebben de Grieken de gewoonte om
te gaan zitten, terwijl de Russen er aan houden
om te gaan knielen. Vervolgens,
als de processie met de Heilige Gaven aanvangt, staan de Grieken recht en
blijven eerbiedig rechtstaan, hun hoofd en lichaam gebogen, terwijl de geknielde Russen gewoon rechtstaan (nochtans niet allen)
[3]
. Men zou kunnen zeggen dat de processie en de herdenking
voor de Grieken het belangrijkste is en voor de Russen de Cherubijnenhymne
zelf. Maar het is evident, dat geen enkele van deze russische praktijken
zijn voorgeschreven door de Russische Kerk, integendeel, men heeft de laatste
tijd vooral veel gedaan om aan de gelovigen uit te leggen dat het niet past
om op de knieën te gaan zitten tijdens het Cherubikon,
vooral de zondag niet, daar de gaven nog niet geconsacreerd zijn. Al deze
inspanningen zijn blijkbaar tevergeefs geweest.
Zozeer is de geestelijke traditie welke deze praktijk uitdrukt vastgeankerd
in de spirituele traditie. Het gevaar
bestaat om van deze zang een ‘diep mystiek’ centrum van de Goddelijke
Liturgie te maken in plaats van de eucharistische canon en de consecratie
van de heilige Gaven Wat de Grieken
betreft: hun manier van doen zou historisch uitgelegd kunnen worden door
het feit, dat het Cherubikon laat
in de Liturgie werd ingevoerd, namelijk in de VIe eeuw te Constantinopel,
en dat zijn oorspronkelijk doel was de leegte te vullen die ontstaan was
door de herdenking van de levenden en de doden in de prothesis voor de Grote
Intocht
[4]
. Het was dus van oorsprong “een opvullend deel”. Het
is verstaanbaar dat de Grieken het zittend aanhoren in hun stasidia
(stoelen), zoals ze over het algemeen doen in gelijke omstandigheden.
Want wij offeren de barmhartigheid aan Hem die gezegd heeft: ‘Ik wil barmhartigheid
en geen offers’ (Mt. 9,13). {…}. Maar wij offeren ook een offer van lofzang.
[6]
Wat nochtans van belang is, is dat deze ‘gespiritualiseerde’
variante bij de Grieken niet de bovenhand heeft gekregen: zij zijn meer
trouw gebleven aan de bijbelse tekst, terwijl bij de Russen de versie Milostj
mira (‘barmhartigheid en vrede…) voor vele gelovigen één
van de hoogtepunten van de Liturgie is geworden. Grote componisten van kerkmuziek
hebben er de melodie voor geschreven, wat de populariteit ervan nog heeft
vergroot bij personen die naar de kerk komen om mooie gezangen te horen.
Een ander voorbeeld, ditmaal door middel van een
zuiver theologische ontwikkeling van een korte tekst, maar gemotiveerd ook
door de nood om de celebrant de tijd te geven om het eerste stil gebed van
de anaphora te bidden, kan in de russische
Liturgie gezien worden in de vervanging
van de korte acclamatie van de zanger bij de Grieken: ‘het is recht en waardig’ (in antwoord
op de woorden van de celebrant: laat ons de Heer danken), door de langere
zin gezongen door het koor: ‘Het is recht en waardig, te aanbidden, de Vader
en de Zoon en de Heilige Geest. Drieënheid, één-wezenlijk
en ondeelbaar’
[7]
. Het nadeel van deze theologische ontwikkeling is
gelegen in zijn gebrek aan een vervolg. Het antwoord van het koor stemt
niet exact overeen met de woorden van de celebrant, zoals het wél
het geval is in de korte tekst:’ Brengen wij dank aan de Heer’ – dit is
recht en waardig’. In plaats daarvan vinden wij een leer over de aanbidding
van de Heilige Drieënheid. Maar, anderzijds, de weinige tijd welke
aan de celebrant gegeven wordt door de korte repliek van de zanger om het
eerste eucharistisch gebed te lezen heeft bij
de moderne Grieken een lelijke gewoonte doen ontstaan: in geval van
een concelebratie onderbreekt de tweede celebrant de eerste ( zelfs al is
het een bisschop), want het is fysisch onmogelijk voor hem om zijn gebed
te beeindigen gedurende de weinige tijd die de zanger hem geeft, en roept
met luide stem de ecphonese: ‘ zingend,
roepend, luid jubelend en zeggend…’ (en dit alles om een pauze te vermijden
waarvan de Orthodoxen niet houden). Gelukkig merken de gelovigen buiten
het heiligdom hier niets van, omdat de eucharistische gebeden met gedempte
stem worden uitgesproken.
De eucharistische canon van de Liturgie van de heilige Basilios in de russische
celebratie
Hetzelfde zou kunnen gezegd worden van alle gebeden van
de eucharistische canon in het algemeen, wij spreken er maar kort over.
Het gaat trouwens over wel bekende dingen. Het
bijzondere van de eucharistische canon van de Liturgie van de Heilige Johannes
Chrysostomos bestaat bij de Russen uit
het inlassen in de tekst van de epiclese van een troparion van de Heilige
Geest, geleend aan de terts, dus relatief oud, gevolgd door de verzen van
psalm 50. Opnieuw moeten wij zeggen dat de Russen de auteurs niet zijn
van deze inlassing. Men vindt ze reeds in verschillende liturgische manuscripten
van de XIe eeuw, maar het is bij de Russen dat het algemeen geaccepteerd
werd. Het heeft in het bewustzijn van vele celebranten de plaats ingenomen
van de epiclese zelf
[8]
. Er is hier helemaal geen overeenkomst met de Griekse
Liturgie. Vanzelfsprekend geeft deze inlassing (“een epiclese in een epiclese”)
aan de priesterlijke spiritualiteit die ze uitdrukt een zekere individualistische
en piëtistische nuance, ze onderbreekt
het vervolg van de eucharistische canon; maar in de Liturgie van Chrysostomos
doet ze dat niet op een hevige manier, zij wordt tussen twee zinnen geplaatst
en niet in het midden van één van hen.
Geheel verschillend en nog veel erger is dit het
geval in de Liturgie van de Heilige Basilios in de russische Kerk.
Het gaat hier niet om het inlassen van één enkele interpolatie,
maar van twee verschillende. Vooreerst is het hier ook zoals in de Liturgie
van Johannes Chrysostomos (troparium van de Heilige Geest, enz..), met dit
belangrijk verschil dat men hier een zin uit het midden van de canon binnenhaalt
na een werkwoord in de infinitief-aorist (anadeixai, pokazati = tonen, manifesteren), zodanig, dat na de lange interpolatie
de celebrant bijna verplicht is naar achter terug te keren , indien hij
de draad van zijn gedachten niet wil verliezen. Het kunstmatige karakter
van de interpolatie is hier duidelijker dan in de Liturgie van Chrysostomos,
waaraan ze overigens ontleend is
[9]
.
Veel duidelijker is echter de tweede interpolatie
(metabalw
tw
Pneumati sou tw Agiw, prelojiv Duhom Jvoim
Svyatym = ”ze veranderende door Uw Heilige Geest”), en ingevoerd in de slavische tekst van de heilige
Basilios onder invloed van de tekst van Chrysostomos. Het minste dat wij
hierover kunnen zeggen is :
Het geheel van deze onregelmatigheden in de russische manier om de Liturgie
van de Heilige Basilios te celebreren heeft ten juiste titel kritiek gekregen van de kant van russische theologen.
Zo heeft de beroemde kerkhistoricus, Bolotov zelfs geschreven, dat één
van de meest dringende taken van een toekomstig concilie moet zijn: het
verwijderen uit de Liturgie van de Hilige Basilios van al deze invoegingen,
op de eerste plaats de woorden: “hen veranderend door Uw Heilige
Geest”. Meerdere concilies hebben
sindsdien plaatsgehad, maar ongelukkiglijk is er niets veranderd. De reden
schijnt duidelijk te zijn: de vrees voor de Oud-gelovigen die niet zouden
wachten om de “Nikoniaanse” Kerk
te beschuldigen van “vernieuwing”.
Nog een andere reden zou er kunnen aan toegevoegd worden om de vrees uit te
leggen voor de liturgische veranderingen, die zelfs door de russische Kerk
werden gerechtvaardigd: de behoudsgezinde reflex van het gelovige volk,
sedert de onhandige liturgische hervormingen die de schismatieken van de
“vernieuwde” Kerk na de Revolutie aan de russische Orthodoxie hebben willen
opleggen. De minste liturgische verandering wordt verdacht gemaakt als een
terugkeer naar de ‘vernieuwde’ Kerk. Men kan stellen dat de vernieuwers
(obnovlenci) door hun revolutionaire liturgische activiteiten er voor
gezorgd hebben dat voor tientallen jaren elke verbetering in de manier van
celebreren in de Kerk in Rusland zeer moeilijk is geworden. De Liturgie
van vóór de revolutie is voor het Russische volk een ideaal
geworden waaraan men niet mag raken.. En nochtans, door de werking van de
Heilige Geest, daar twijfel ik niet aan, zijn er reeds twee belangrijke vernieuwingen
doorgevoerd, en dit op een spontane manier in het liturgisch leven van het
russische trouwe en gelovige volk: een
meer frequente eucharistische
communie die zijn gelijke niet
heeft. Vóór de revolutie communiceerde men normaal slechts
één maal per jaar. Ook
de zang door gans het aanwezige volk in een groot deel van de Liturgie
en andere officies is sterk toegenomen, vooral van het Credo en het
Onze Vader in het bijzonder (en niet alleen door het koor zoals het voordien
was).
Wat de Grieken betreft, zij kennen verschillende
manieren om het Credo en het Onze Vader te reciteren, zij zingen het nooit:
2. Ofwel is het niet de,oudste, maar wel een jonge man of een meisje die de
gebeden reciteren; zij worden gezegd maar niet gezongen, tesamen per twee.-
een gebruik dat ontleend is aan het Westen en karakteristiek is voor oecumenische
bijeenkomsten, maar vreemd aan de Orthodoxe Liturgie.
Wat de communie van de leken betreft kunnen twee bijzonderheden worden waargenomen
bij de Grieken en bij de Russen:
1. Op de woorden van de diaken die uit de koninklijke poort komt met de kelk
en zegt:’ Nadert in vreze Gods en met geloof ! ’voegen de moderne Grieken
er: ’en met liefde’ aan toe. Het is een mooie toevoeging, maar ze vertegenwoordigt
geen oude Liturgische traditie, die, trouw aan de sacramentele spiritualiteit
van de Heilige Johannes Chrysostomos het gevoel van vrees voor de ‘Verheven
Mysterieën’ weergeeft. Het is zeer waarschijnlijk dat de woorden ‘met
liefde’ ingevoerd zijn in de XVIIIe eeuw op de berg Athos, door de voorstanders
van de frequente communie, de vertegenwoordigers van de beweging der Collyvades,
met de heilige Nicodemos op kop. Het is vervolgens door Constantinopel aangenomen
bij het “typicon” van 1838. Maar
het drong nooit door tot Rusland.
2. Daarentegen, is het gebruik van de russische Kerk die voorschrijft dat
de leken de voet van de kelk moeten kussen na de communie is niet toegestaan
door het griekse volksgeloof, die er een toeeigening door de leken in zien
van datgene wat uitsluitend aan de priester toebehoort nl. het aanraken
van de heilige vaten. Wij willen ook nog gewag maken van een recente griekse
vernieuwing, geïnspireerd door de beweging “Zoï”: De celebranten
zeggen de gebeden van de anaphora en consacreren de heilige Gaven knielend.
Deze manier van celebreren werd hevig bekritiseert door vele theologen (Aartspriester
G.Florovsky onder andere) omwille van haar anti-traditioneel karakter. Wij
beperken ons tot twee opmerkingen:
a.
De anaphora knielend celebreren is in strijd met de besluiten
van het Eerste Oecumenisch Concilie, dat formeel verbied om de knieën
te buigen op de zondagen, tijdens de periode tussen Pasen en Pinksteren
en op de andere grote feesten.
b.
Het is fysisch moeilijk en onhandig om de consecratie geknield
te doen. Indien het altaar hoog is, heeft men moeilijkheden om de zegen
over de heilige Gaven te geven, en men riskeert om de kelk omver te gooien.
Indien het altaar lager is, dan is het onhandig voor de andere delen van
de Liturgie wanneer men rechtstaat. Welnu, wat hinderlijk en onhandig is,
is in tegenspraak met de authentieke liturgische geest, waar alles harmonie
is. Algemeen gesproken is het verwaand om onze Vaders te willen overtreffen
in godsvrucht. Zij geloofden niet dat de Eucharistie knielend celebreren
noodzakelijk en aangenaam is voor God.
Het schijnt nochtans dat vanuit doctrineel theologisch standpunt,
het grootste verschil in de liturgische details bij de Grieken en de Russen,
wellicht kan gevonden worden in de Eucharistische Liturgie zelf, maar dan
in zijn voorbereidend deel: de proscomidie.
Ik laat de vraag naar het getal van de prosforen die men gebruikt
weg – één, vijf of zelfs zeven bij de Oud-gelovigen -, deze
kwestie is niet essentieel. Datgene wat het meest van belang is, is dat
de Grieken, onder de negen ordo’s van de heiligen die men herdenkt tijdens
het uitsnijden van hun deeltje uit de prosforen, op de eerste plaats, vóór
Sint Jan de Doper, de grote aartsengelen Michaël en Gabriël en
alle bovennatuurlijke krachten gedenken, ’t is te zeggen, de engelen, terwijl
de Russen de gedachtenis der engelen volledig weg laten tijdens de proscomidie
en direct beginnen met Sint Jan de
Doper. Een ernstige theologische kwestie zit impliciet achter deze verschillende
praktijken: heeft de Verlossing, het heil door het Bloed van Christus, Zijn
offer aan het Kruis alleen het menselijke geslacht voor ogen, of sluit het
ook de engelen in en heeft het ook een cosmische resonantie? Is het sacrament
van het Lichaam en Bloed van Christus, de heilige Eucharistie ook bestemd
voor de engelen die zelf geen lichaam hebben? Tenslotte, heeft de val van de mens ook geen
gevolgen gehad voor de engelen in deze zin, dat ook zij verlossing nodig
hebben? Dat zijn de problemen die gesteld worden bij de eucharistische herdenking
van de engelen en Machten. Bepaalde russische theologen hebben een dergelijke
praktijk beschouwd als ketters, maar officieel werd deze kwestie in geen
enkele Orthodoxe Kerk bediscussieerd.
Historisch gesproken, zijn de lijst en de ordo’s
van de heiligen die men herdenkt in de Liturgie slechts geleidelijk aan
tot stand gekomen; bepaalde griekse manuscripten uit de Byzantijnse tijd sluiten
de namen van de engelen in, andere sluiten ze dan weer niet in, maar, in
tegenstelling tot wat gebeurd is in het geval hierboven besproken, zijn
het de Grieken die de ontwikkelde versie, die de namen van de engelen bevatten,
hebben aangenomen, terwijl de Russen hen hebben weggelaten van het liturgisch
gebruik, waarschijnlijk om doctrinale redenen. Zonder hierin een beslissing
te willen nemen op theologisch vlak, zou ik willen zeggen dat de russische
praktijk een meer anthropomorfe opvatting weergeeft van het heil, terwijl
die van de Grieken meer de kosmische dimensie
onderlijnt. In deze zin, zou men hier een parallel kunnen plaatsen met de
variante die bestaat tussen de griekse en de slavische tekst in de ekphonese
opgezegd door de celebrant tijdens de metten, vóór de lauden:
“Omdat alle Hemelse machten U loven en dankzeggen”
bij de Grieken, terwijl het bij de Russen is: ‘Wij loven U, Vader, Zoon en Heilige Geest, nu en
altijd en in de eeuwen der eeuwen’ . Zoals men ziet is de slavische
tekst meer anthropocentrisch: het zijn ‘wij’ - en
niet ‘de hemelse Machten’ – die eer bewijzen aan de Heilige Drieeenheid.
Wij zouden ook lang kunnen praten over de details
in de andere kerkelijke diensten (vespers, metten, uren enz…) bij
de Grieken en de Russen, maar om onze uiteenzetting niet té lang
te houden, beperken wij ons met te zeggen dat het voornaamste verschil (althans
wat betreft de parochiedienst) bestaat in het feit dat de Grieken de vespers
vieren op de vooravond van de zondagen en de feesten, en de volgende morgen
beginnen met de dienst van de metten. Men begint onmiddellijk na de doxologie
met de Liturgie en laten de uren weg, terwijl de Russen ’s avonds wat zij
noemen: ‘de vigilie van gans de nacht’
celebreren, ’t is te zeggen de vespers en de metten samen, maar ze duren zeker geen volle nacht. Daarentegen, in
de morgen van de volgende dag, wordt
de liturgie voorafgegaan door de uren. Men moet zeggen dat de twee ‘systemen’
van celebratie hun voordeel en hun nadeel hebben. De Griekse manier is de
meest natuurlijke, het meest conform aan het typikon,
omdat de avonddiensten er gecelebreerd worden ’s avonds en de metten
gezongen worden in de morgen – en niet tegenovergesteld zoals bij de Russen.
Maar van de andere kant, aangezien de vespers niet lang duren, gaat bijna
niemand er in de griekse kerken naartoe, op grond van de orthodoxe psychologie:
het loont niet de moeite om naar de kerk te gaan voor een dienst die kort
is ; hoe langer een dienst duurt, hoe meer redenen
er zijn om deze bij te wonen. De russische vigilies, daarentegen zijn een zeer
populaire dienst geworden, tot nadeel zelfs van de Liturgie, een betreurbare
zaak. En dit om sentimentele en esthetische redenen: de mensen houden er
aan te bidden in het halfdonker waar de lichten van de kleine lampjes en de kaarsen fonkelen.
De eucharistische dienst daarentegen vermoeit hen door zijn intense spiritualiteit.
Er dient gezegd te worden dat deze
ingesteldheid de laatste decennia
bij de orthodoxen van russische origine in het Westen, plaats gemaakt heeft voor een tegenovergesteld extremisme: onder invloed
van het heterodoxe milieu waarin ze leven, en een valse spriritualiteit die alle devotie toespitst
op die éne Eucharistie, komen zij zelden naar de kerk voor een vigilie.
Daardoor ontnemen zij voor zichzelf de spirituele en theologische rijkdom
die hun hymnen bevatten. Men moet ook de beperkte plaats betreuren die thans,
in het bijzonder bij de moderne Grieken (uitgezonderd de Athosberg), verleend
wordt aan het reciteren van de Psalmen. Zo bijvoorbeeld de lectuur en de
zang van psalm 1, ‘Gelukkig de man’
(MakarioV
anhr, Blajen muj), die een plechtig moment uitmaakt van de russische
vigilies, een feestelijk teken, is volledig verdwenen uit de griekse vespers, ondanks alle voorschriften van
de oude typika. Hetzelfde kan
gezegd worden voor de afschaffing van het reciteren van de uren in de griekse
parochies uitgezonderd tijdens de vasten.
De grote vasten neemt, zowel bij de Grieken als bij de Russen,
natuurlijk dezelfde centrale plaats in binnen het liturgisch jaar en het
spirituele leven van de gelovigen Hier
is er geen wezenlijk verschil. Niettemin, de momenten of de diensten waarin
zich de volksspiritualiteit uitdrukt, de spirituele centra als het ware,
verschillen dikwijls bij de twee orthodoxe volkeren.. Als we de zes eerste weken van de vasten nemen ( wij
spreken verder over de Heilige Week) kan men zeggen dat bij de Russen het
meest karakteristieke en in het oogspringend gebed van de vasten-spiritualiteit
is: ‘Heer en Meester van mijn leven’ (Kurie kai Despota thV zwhV mou, Gospodi i Vladyko
jivota moego). Iedere Rus, zelfs hij die slechts zelden naar de kerk
gaat, kent heel goed dit gebed, want het duidt voor hem het begin en het
einde van de vastenperiode aan, wat een verschil uitmaakt tussen de diensten
van de vasten en de andere perioden van het jaar. Van zijn grote populariteit
en zijn diepe invloed op de spiritualiteit getuigt het beroemd gedicht van
Pouchkine: ‘Vaders eremijten en onberispelijke
vrouwen’ (Octi pustynniki i jeny neporochny): het was
zijn favoriet gebed , hij was diep ontroerd, toen hij het de priester hoorde
lezen in de kerk. En nochtans, Pouchkine was geen bijzonder religieus man.
Ziedaar waarom de Russen buitengewoon verbaasd waren (ze konden het bijna
niet geloven) om te vernemen dat dit gebed praktisch onbekend is door de
grote meerderheid van het godvruchtige griekse volk, en men het gedurende
de vasten niet hoort in de griekse kerken. Om een mogelijk misverstand te
vermijden moet ik mij duidelijker uitdrukken. Dit gebed bestaat natuurlijk
in de griekse liturgische boeken, evenals in de russische. Men laat het niet weg. De
clerus en de liturgisten kennen het goed, maar, omdat het volgens de voorschriften
van de oude “typica” moet gezegd
worden door de priester met zachte stem, “stil”, heeft het volk het totaal vergeten. Alleen de buigingen die
er vergezeld mee gaan en die karakteristiek geworden zijn voor de vasten
zijn overgebleven. De griekse manier om het gebed
“stil” te zeggen is met
het gebed ‘Heer en Meester’ zeker het oudste; alle typica, de russische inbegrepen, schrijven het voor
[10]
; de russische manier om dit gebed met luide stem te zeggen
is een vernieuwing waarschijnlijk daterend uit de XVe-XVIe eeuw, maar zij heeft in het bewustzijn van de mensen één.
De ‘stille’ of ‘geestelijke’ manier om bepaalde gebeden te zeggen kan wellicht
spiritueel verkiesbaar zijn in de monasteria waar de monniken de Liturgie
goed kennen, maar zij kan als gevolg hebben, vooral in de grote parochies:
het vergeten ervan en dus een spirituele verarming. Iets dergelijks kan
gezegd worden bij de grote canon van
de heilige Andreas van Kreta. Hij is zeer
populair bij de Russen en het vormt voor hen
één van de balangrijkste
kernen van de boete-spiritualiteit
in de vasten. Bij de Grieken gaat het bijna ongemerkt voorbij. De Acathist
van de Moeder Gods daarentegen is voor de Grieken de meest populaire,
de meest geliefde, de meest frequente van alle diensten in de Vasten (uitgezonderd
in de Heilige Week). De Grieken stellen er zich niet tevreden mee om ze
te celebreren gedurende de metten van de zaterdag en de vijfde week van
de vasten, zoals alle oude typika het voorschrijven, maar ze celebreren
ze ook, verdeeld in vier delen, op de vrijdagen van de vier eerste weken
van de vasten, en dit gedurende de completen. Men zou er een grotere plaats
voor de Mariale devotie kunnen in zien tijdens de vasten, indien geen andere
feiten (waarover wij later spreken) deze interpretatie niet tegenspreken.
Paradoxaal zijn de gebeden voor de catechumenen voor de Grieken een karakteristiek
teken van de vasten geworden, want, uitgezonderd in de Liturgie van de Voorafgewijde
gaven, worden ze niet gebeden in de andere perioden van het jaar.
in de Liturgie van de Voorafgewijde Gaven
De Liturgie van de Voorafgewijde Gaven heeft evident een
zelfde belang bij de Grieken als bij de Russen wat betreft de spiritualiteit
van de vasten; het is een geliefde dienst bij het volk en waaraan ook dikwijls
aan deelgenomen wordt, vooral als men het ’s avonds celebreert, zoals het
trouwens hoort Alhoewel deze gewaagde ‘vernieuwing’ nog altijd een sterke
weerstand kent en nog altijd niet erg verbreid is, uitgezonderd bij de orthodoxen
in het Westen Alhoewel er dus geen
belangrijke bijzonderheden zijn in de ‘uiterlijke’ manier van het celebreren
van de Liturgie van de Voorafgewijde Gaven die nochtans de spiritualiteit
van het volk zouden kunnen beinvloeden, bestaan er integendeel belangrijke
theologische verschillen tussen Grieken en Russen Deze zijn niet officieel
geformuleerd, dat is waar, maar worden voorondersteld
door de daden en de woorden van de celebrerende priester aan het altaar
achter de iconostase Er stelt zich hier een vraag ( tot grote verbazing
van vele leken en zelfs priesters die het zelfs niet vermoeden): Wordt de
eucharistische wijn in de kelk gedurende de Liturgie van de voorafgewijde
gaven getransformeerd in het kostbaar Bloed van onze Heer zoals dit
gebeurt in de Liturgie van Chrysostomos en van Basilios, of blijft het wat
het is, alhoewel gezegend en geheiligd? De russische Liturgie, sedert metropoliet
Pierre Moghila in elk geval, antwoordt hierop negatief Dit lijkt duidelijk
uit het feit,dat de celebrant, nadat hij het Lichaam van Christus, dat vooraf
geconsacreerd werd en doorweekt met het kostbaar Bloed – ook op voorhand
geconsacreerd tijdens een Liturgie van Chrysostomos of van Basilios, uit de kelk drinkt zonder de communiewoorden uit de ‘volledige’ Liturgieën
uit te spreken. Meer nog, als hij celebreert zonder diaken, en bijgevolg
hijzelf de Heilige Gaven zelf moet consommeren, dan drinkt de priester niet
van de kelk. De diaken die de Heilige Gaven consommeert aan het einde van
de Liturgie, drinkt in het geheel niet van de kelk op het moment van de
communie ‘Drinken uit de beker’ wordt hier beschouwd als een obstakel voor
de consommatie van de Heilige Gaven, zoals dit uitgelegd wordt in een ‘notitie
betreffende bepaalde nauwkeurigheden in de Liturgie van de Voorafgewijde
Gaven’ daterend uit de tijd van Pierre Moghila:
Indien de priester alleen celebreert
(…) dan drinkt hij niet van de kelk maar daarna, op het einde van de Liturgie
(…). Want indien de wijn geheiligd is door de invoeging van het deeltje
(Lichaam), is het niet getranssubstantieerd in het goddelijk Bloed, omdat
de consecratiewoorden er niet over gelezen werden, zoals dit wél
het geval is in de Liturgie van Chrysostomos en Basilios de Grote.
Hetzelfde standpunt, om geen kinderen tot de Liturgie van de Voorafgewijde
Gaven toe te laten, wordt uitgedrukt door de praktijk van de russische Kerk..
Dit omwille van hun leeftijd. Zij zijn niet fysisch in staat om de deeltjes
van het Lichaam van Christus in te slikken, terwijl de wijn niet beschouwd
wordt als zijnde veranderd in het Bloed.
De griekse praktijk,
zoals ze is geformuleerd van de liturgische boeken, alhoewel weinig expliciet,
schijnt een volledig andere theologische leer te vooronderstellen. Er is
een korte tekst met betrekking tot de Liturgie van de Voorafgewijde Gaven:
‘De priester (…) verricht de communie van de goddelijke Gaven zoals in de
Liturgie van Chrysostomos’. Al drinkende spreekt hij uit: ‘Aan mij (…) is
ook gegeven het kostbaar en heilig Bloed van onze Heer, God en Verlosser, Jezus
Christus…’. Dus, wat zich in de
kelk bevindt wordt beschouwd als het Bloed van Christus. Dit wordt bevestigd door de praktijk om drie maal aan de kelk te
drinken zoals in de Liturgie van Chrysostomos en Basilios, een gebruik dat
geen grote betekenis zou hebben indien het zou gaan over wijn en niet over
het kostbaar Bloed. Na dit alles, consommeert de celebrant de heilige Gaven
zoals in de ‘gewone’ Liturgieën. Wat de uitleg van de theologen betreft,
men vindt ze reeds bij de byzantijnse liturgisten van de XIe eeuw: na de
invoeging in de kelk van het deeltje dat het Lichaam van Christus is, wordt
de wijn, door contact met het Lichaam getransfigureerd in het kostbaar Bloed
van Christus.
Ik wil mijn eigen mening over deze zware theologische kwestie niet uitdrukken,
ook niet om het verschil op te lossen ( indien het werkelijk bestaat,
want details in de praktijk maken
dat wij niets met zekerheid kunnen concluderen over de verschillen). Deze
verschillen oplossen gaat mijn bekwaamheid te boven, omdat noch te Byzantium,
noch te Moscou, de Kerk ooit beslissingen
heeft genomen in deze zaak. Ik wil alleen opmerken, dat de uitleg van de verandering van de wijn
in Bloed door het contact met het deeltje van het Lichaam van Christus
vreemd en onbekend schijnt te zijn bij de oude Vaders. Wat de ‘notitie’
van Pierre Moghila betreft: zij is evident onaanvaardbaar in zijn scholastieke
terminologie (‘transsubstantiatio’ en zijn
niet orthodoxe theologie die in de consecratie van de eucharistische Gaven,
de epiclese vervangt door de instellingswoorden. De uitgevers van Liturgische
boeken in Rusland hebben het goed begrepen: terwijl ze de ‘notitie ‘ van
Moghila in hun tekst insluiten, hebben zij het meest schokkende wat wij
zojuist gedeeltelijk hebben geciteerd tussen haakjes gezet. Nochtans bezit
de theorie van de verandering door contact een zelfde tekort: Wat de russische practijk betreft, zij schijnt
correcter maar contradictorisch wanneer zij de priester voorschrijft om
driemaal uit de kelk te drinken
[11]
en terzelfdertijd overdrijft wanneer zij het hem verbiedt
voor het geval hij alleen celebreert.
Men zou ook kunnen spreken van de liturgische bijzonderheden
tussen Grieken en Russen tijdens het feest van Pasen zelf, waarvan het meest
opvallende mij schijnt te zijn voor het volk: dat de
Russen het evangelie in verschillende talen lezen in de nacht-Liturgie van
Pasen ( de proloog van de heilige Johannes de Theoloog), terwijl de
Grieken het doen tijdens de vespers van de dag van Pasen zelf (verschijning
van Christus aan de apostelen en afwezigheid van Thomas).
Maar om deze
uiteenzetting niet té lang te maken, zal ik het onderzoek van mijn
thema verderzetten vanuit een ander gezichtspunt: de plaats en de verering
van de Moeder Gods in haar bijzonderheden. Hier moet men een vernieuwing
noteren die laatst ingevoerd is door de broederschap “Zoï”,
klaarblijkelijk onder protestantse invloed en zeer verbreid in de parochies
van de grote steden in Griekenland, maar verworpen door de Athos: de traditionele
orthodoxe aanroeping “Allerheiligste Moeder Gods, red ons” (Uperagia qeotoke swson hmaV,
- Presvjataya Bogorodica spaci nas) is veranderd in een andere aanroeping, die getuigt van een
verzwakte mariale devotie: ‘Allerheiligste Moeder Gods, bid voor
ons’ (Uperaga Qeotoke presbeue umwn).
Het is evident dat de formule van de aanroeping ‘Bid voor ons’, niet ketters
is, men komt het in vele gebeden tot de Moeder Gods tegen; maar wanneer
men het in de plaats stelt van de aanroeping ‘red ons’, verkrijgt het een
antimariale nuance.
Een gelijkwaardige tendens, maar veel ouder, zou kunnen aangetoond worden
in de bepaling van het “typikon”
van 1838 waarin de oude kerkelijke
regels zijn veranderd volgens dewelke “het
feest van de Verkondiging” (Blijde Boodschap), gezien het belang ervan
in ons heilswerk waarvan ze het begin en de voornaamste inhoud is (to kefalaion, glavisna), nooit mag verplaatst worden naar een andere datum, zelfs
niet als het samenvalt met de Grote Vrijdag of Zaterdag of op de eerste
dag van Pasen. Door zo een toevalligheid voor te wenden, schept het typikon van 1838 liturgische verwikkelingen die de mogelijkheden
van de priesters op het platteland overtreffen, in dit geval is het voorgeschreven om het feest van de Verkondiging te verplaatsen
naar de tweede dag van de week van Pasen. Deze vernieuwing, aanvaard in
Griekenland, is verworpen door de monniken van de berg Athos die er een
afname in zagen van de betekenis van het feest van de Verkondiging, en bijgevolg,
een depreciatie van de plaats van de Moeder Gods in ons heil. De russische Kerk heeft de oude
ordo van de onveranderlijkheid van het feest van de Verkondiging behouden.
Er moet gezegd worden, dat na het aannemen van de nieuwe kalender voor de
vaste feestdagen en het behoud van het oude voor Pasen (liturgische ongehoordheid!),
voor de Grieken deze kwestie zijn belang heeft verloren, want bij hen kan
het feest van de Verkondiging niet samenvallen met de Heilige Week of Pasen.
Maar in verband met deze tendenzen van het typikon
van 1838 (zo ze werkelijk bestaan!) kan men opwerpen, dat het feest van
de Verkondiging veel plechtiger gevierd wordt bij de Grieken dan bij de
Russen. Wanneer het valt op een dag binnen de Grote Vasten (uitgezonderd
de drie laatste dagen van de Heilige Week), dan wordt gans de dienst van
de Vasten met zijn kniebuigingen achterwegegelaten ten voordele van de dienst
van de Verkondiging, terwijl de Russen op dit groot feest de kniebuigingen
doen en het boetegebed lezen ‘Heer
en Meester’ (opnieuw een liturgische monstruositeit!). En zoals wij
het reeds vermeld hebben, het officie van de Akathist tot de Moeder Gods
heeft bij de Grieken een veel grotere gewichtigheid in de vasten dan bij
de Russen.
Men zou ook nog enkele bijzonderheden kunnen noteren bij de Grieken en de
Russen wat betreft de liturgische en paraliturgische gebaren, en over de
houding van het volk ertegenover. Vóór de Grote Intocht buigt
de griekse bisschop, in de koninklijke deuren voor het volk en vraagt hen
vergiffenis, en maakt vervolgens een zegenend gebaar. Een gebruik van grote
spirituele schoonheid welke de Russen niet hebben bewaard. Hun bisschoppen
vragen geen vergiffenis aan het volk voor de Grote Intocht en zegent het
niet. Dit wordt gezien als behorend tot de taak van de priester om op dat
moment vergeving te vragen. De griekse bisschoppen geven nooit hun zegen
aan het volk buiten de kerkelijke diensten en beperken er zich toe om hun
hand te laten kussen, de zegen wordt beschouwd als een liturgische
gebaar dat ongepast is buiten de kerken. Voor het russische volk, orthodox
en vroom, is het ontvangen van de bisschoppelijke zegen na het einde van
de Liturgie bijna even belangrijk als de goddelijke dienst zelf. Men kan
in het hedendaags Rusland zien hoe enorme menigten zich verzamelen dichtbij
de uitgangen van de kerken en zich spoeden om de zegen van de bisschop te
ontvangen. Dit wordt wellicht verklaard door het feit dat bij de Grieken
het de bisschop zelf is die het antidoron
uitdeelt en dat men hem hierbij de hand kust – wat de zegen vervangt -,
terwijl de Russen het antidoron zelf nemen. Er is dus een belangrijk verschil
in liturgisch bewustzijn tussen de Grieken en de Russen dat zich uitdrukt
in het feit dat de Grieken (ik spreek vanzelfsprekend over de devote Grieken)
altijd nuchter naar de Goddelijke Liturgie komen – of ze te communie gaan
of niet -, terwijl de Russen alleen maar nuchter moeten blijven als ze willen
communiceren, anders kan men wel een ontbijt nemen vóór men
naar de Liturgie gaat, om meer kracht te hebben. Dat verhindert hen er niet
van om het antidoron te nemen, iets wat beschouwd wordt als een godlasterende
daad bij de monniken van de berg Athos.
Ik wil nu enkele conclusies trekken uit deze studie.
Ik moet erkennen dat dit geen gemakkelijke taak is. De liturgische bijzonderheden
waarop wij de aandacht gevestigd hebben zijn ingewikkeld en dikwijls contradictorisch.
Dikwijls gaat het om eenvoudige gebruiken zonder enige persoonlijke betekenis,
die hooguit nationale karaktertrekken
zijn ( zoals bijvoorbeeld, de ‘cultus van de bisschop’ bij het russische
volk). Andere feiten drukken een meer spirituele tendens uit (zoals het
belang van de Grote Canon bij
de Russen) en zelfs theologische ( een zeker anthropocentrisme bij de Russen
tegenover een eerder cosmische instelling van de Grieken, de ‘soberheid
van deze laatste’), maar het gaat altijd over vage tendensen, en niet over doctrinaal theologische
verschillen, nog minder over tegenstrijdigheden.
Het enig belangrijke theologisch meningsverschil
die men zou kunnen afleiden uit de liturgische praktijk heeft betrekking
op de herdenking van de engelen
in de en bijgevolg hun plaats in de Verlossing en de kwestie van de veranderering van de eucharistische wijn in het Bloed van de Heer in de
Liturgie van de Voorafgewijde Gaven.
Het is nodig, dat op deze vragen een verduidelijking komt. Men moet geen
té vlugge conclusies trekken uitgaande van enkele bijzonderheden.
Men moet ook een onderscheid maken tussen eerder
recente liturgische “scheppingen”, die eigen zijn aan de Grieken en aan
de Russen, en deze van een grote schoonheid en theologische diepgang ( de
lange processies met het Epithafos
bij de Grieken; de lezing met luide stem van het gebed ‘Heer en Meester
van mijn leven’; de verandering van kledij
in de Liturgie van Grote Zaterdag en het zingen door gans het volk
van het Credo en het Onze Vader bij de Russen), en anderzijds met de onbeholpen
inlassingen in de anaphora van de Heilige Basilios. Het gaat hier niet meer
over een “schepping”, maar over een afwijking die men zo snel mogelijk moet
verbeteren
[14]
. Men kan zeggen, dat deze liturgische bijzonderheden,
oude en recente, gelukkige en onhandige,
echter onbeduidend – vergeleken met de grote éénheid van het
geheel van de Orthodoxe Cultus -, hun grote theologische en spirituele rijkdom
tonen in hun locale uitdrukkingsvormen, en getuigenis afleggen, zij het
in hun enigszins verschillende vorm, van de eenheid in het geloof van de
Kerk, één, heilig, katholiek en apostolisch. De kerk echter,
zonder dat zij een eenvormige en ongewenste Liturgie wil opleggen, heeft
de plicht om te onderzoeken of alle locale gebruiken haar conciliair bewustzijn
uitdrukken.
Vrij vertaald door Kris B.
[1]
In de byzantijnse traditie, noemt men typikon (mv.typika) een verzameling van richtlijnen en rubrieken voor de celebratie
van de liturgische diensten.(nvdr)
[2]
In de Byzantijnse traditie,
noemt men procomidie het voorbereidend
deel van de eucharistische Liturgie.(nvdr).
[3]
Verscheidenen, daarentegen,
buigen zich tot op de grond voor de processie, het zijn zij die denken
dat de Gaven reeds geconsacreerd zijn, een ketterij welke in de XVIIe
eeuw veroordeeld werd.
[4]
De inleiding op het Cherubicon is trouwens bekritiseerd door
de tijdgenoten die er een bevreemdende vernieuwing in zagen.
[5]
Het liturgisch verschil hier uiteengezet is niet meer
actueel, want de grote meerderheid van de griekse liturgica hebben reeds lang het woord eleon(barmhartigheid) gekozen (nvdr).
[6]
Nicolas Cabasilas, Explication de le Divine Liturgie, 26,2.
[7]
Opnieuw, zoals in het geval van ‘Barmhartigheid van
vrede’, hebben de Russen hier niets anders gedaan dan een variant opgenomen
die reeds bestond in de griekse manuscripten, maar die de overhand niet
gekregen heeft in hun liturgische traditie.
[8]
Vele priesters, wanneer zij spreken over de epiclese,
hebben juist deze inlassing voor ogen. De belangrijkheid ervan is trouwens
onderlijnd door de dramatische manier waarop ze dikwijls wordt gezegd,
wanneer de priester ze uitspreekt met opgeheven handen en de diaken zich
op een knie zet terwijl hij de verzen van de psalm leest.
[9]
Geen enkel grieks manuscript
bevestigt het in de Liturgie van de heilige Basilios.
[10]
Zie bijvoorbeeld in het bestaande russisch typicon
de aanduiding voor het begin van de vasten: Wij zeggen innerlijk (of anders
‘mentaal’ of ‘in stilte’) het gebed van Efraïm de Syriër:’ Heer
en Meester…’
[11]
Welke betekenis bekleedt dit gebaar, indien het niet het
Bloed van Christus is?
[12]
Bij de Russen bestaat deze processie niet, het schijnt een latere vernieuwing te zijn. De
woorden “Dnes visit na dreve”
worden gezegd maar zonder zich te onderscheiden als zodanig in de loop
van de dienst.
[13]
Men doet nochtans geen lange processies (zoals bij de Grieken)
maar alleen rond de kerk.
[14]
Noteren we nochtans dat, alhoewel onbedachtzaam en onnodig
in de Liturgie van de heilige Basilios, deze invoeging niet fout of ketters
is op zichzelf.